Historie

De historie van de Brits Korthaar

Waarschijnlijk werden huiskatten door de Romeinen over Europa verspreid. Uit die huiskatten zijn verschillende korthaar rassen ontstaan, onder andere de Chartreux (Karthuizer), de Brits Korthaar en de Europees Korthaar. Zoals de naam al aangeeft komt de Brits Korthaar oorspronkelijk uit Engeland. Toen rond 1870 in Londen de eerste kattenshows werden georganiseerd, was de Brits Korthaar één van de tentoongestelde rassen. Uit foto’s die uit die tijd bewaard zijn gebleven is duidelijk te zien dat de Brit toen al een imposante, stevige kat was die eigenlijk nauwelijks verschilt van de dieren die u tegenwoordig op de show ziet. Hij werd in de 19de eeuw officieel erkend als ras en vanaf dat moment is hij als tentoonstellings- en als huiskat erg populair.

Rond 1880 werd de Brit ook gebruikt voor het verbeteren van het type van de Pers. In die tijd was de Pers namelijk een slanke kat, met een spitse snuit, die eigenlijk alleen zijn lange vacht gemeen had met zijn huidige soortgenoten. Door kruisingen met de Brit kreeg de Pers het kenmerkende bolle en ronde uiterlijk, dat hem al snel geliefd maakte in vooral de adellijke kringen. Toen ook koningin Victoria een Pers aanschafte was het hek van de dam.

Tegen het eind van de negentiende eeuw was de Brits Korthaar de meest populaire raskat, maar na 1900 werd ze volledig overvleugeld door de Pers en de Siamees. Tijdens de Tweede Wereldoorlog dreigde het ras zelfs helemaal te verdwijnen, maar door de inzet van enkele enthousiaste fokkers slaagde men erin om het ras gedurende de jaren vijftig een nieuwe impuls te geven. Door het inkruisen van Perzen werd de fokbasis aanzienlijk verbreed en kreeg de Brit het volle en ronde uiterlijk terug, dat hem daarna opnieuw een van de populairste raskatten maakte.

In Nederland begon men aan het eind van de jaren zestig serieus Brits Kortharen te fokken. Een kleine groep fokkers ging daarbij van het begin af aan voortvarend te werk. Zij begonnen met de blauwe variëteit, omdat ook die in Engeland het meeste indruk bleek te maken. Eerst werd een geselecteerde huiskat gekruist met een blauwe Pers en kort daarna werden uit Engeland enkele fraaie fokpoezen en -katers gehaald, om een gedegen basis te leggen voor de verder fok. Die aanpak bleek succesvol. Waren er op de internationale show in Amsterdam in 1967 nog maar drie exemplaren vertegenwoordigd, tien jaar later waren dat er al ruim veertig. Ook andere variëteiten zoals crème, blauwschildpad en zilvertabby begonnen van die toenemende belangstelling te profiteren en werden steeds meer gefokt.

In 1977 werd de Rasclub Brits Korthaar opgericht en daarna groeide de belangstelling voor de Brit gestaag verder. In middels is de Brit de Pers in populariteit al voorbij gestreefd en de verwachting is dat het over een paar jaar in alle opzichten raskat nummer 1 zal zijn…

Een groot gedeelte van de geschiedenis van de Brit heeft bestaan uit een strijd voor erkenning van het feit dat deze katten niet alleen gezelligheidsdieren zijn, maar ook in hun bonte verscheidenheid aan variëteiten een schoonheid kunnen bezitten die voor geen enkele raskat hoeft onder te doen. Het ras werd namelijk in het verleden vaak gezien als een ‘gewone’ huis-, tuin- en keukenkat, welke voor een paar tientjes uit het asiel kon worden gehaald. Voornamelijk de ontwikkeling die de blauwe variëteit en in haar keilzog de andere variëteiten in de zestiger en zeventiger jaren hebben doorgemaakt heeft het ras van dit etiket verlost. Op dit ogenblik behoort de Brits Korthaar zelfs tot de meest tentoongestelde rassen en krijgt het de waardering waar het recht op heeft. De populariteit van het ras is dan ook voor een groot deel te danken aan het imposante uiterlijk van de Brit, wat met het zachtaardige karakter een ideale combinatie vormt.